Paul van Tongeren Doodgewone vrienden

In Doodgewone Vrienden gaat Paul van Tongeren op een zoektocht langs filosofen uit de canon naar wat zij zagen als het wezen van de vriendschap. Achtereenvolgens komen Plato, Aristoteles, Cicero, Augustinus, Montaigne, Kant en Nietzsche voorbij in 185 pagina’s. Het boek is geschreven in eenvoudige heldere taal. Maar hij doet meer. Vooral in de introductie gaat hij in op wat filosoferen is en hoe je via goed traag lezen op nieuwe gedachten komt. Filosoferen is niet weten, maar ‘denken’ en zo komen tot betekenisgeving. De vraag naar het ‘wat is’, is een vraag naar het wezen van iets, de essentie. Maar via deze vraag kom je ook op praktische vragen zoals wat moet je doen of laten in een vriendschap. Belangrijk is het stellen van een goede vraag en zo komt hij tot een definitie van filosofie: ‘En filosofie kan worden omschreven als een vorm van denken die, vertrekkend van die vraag, dus van daar waar het weten vooruitgaat, juist een pas op de plaats maakt of zelf een stap terugzet. Filosoferen is stil staan bij vragen. (p. 21) Door te kijken naar de betekenis van vriendschap – wanneer noem je iemand een vriend – door te vragen en na te denken, te interpreteren en ervaringen met vrienden te evalueren verdiepen we het begrip vriendschap. In zijn tocht langs de teksten van genoemde filosofen hanteert hij de leeslessen van Nietzsche en suggereert ons hetzelfde te doen: 1. de lezer mag geen haast hebben. Dit betekent langzaam lezen. 2. de lezer mag geen concrete maatregelen verwachten of praktische oplossingen en 3. de lezer moet zich werkelijk laten raken door nieuwe inzichten en zichzelf niet steeds tussenbeide brengen (ofwel bevestiging zoeken van de eigen mening)

Het tweede is dat Van Tongeren laat zien hoe in de loop van de filosofische geschiedenis een kanteling plaats vindt in het denken. Het is Nietzsche die o.a. met zijn uitspraak ‘God is dood’ de metafysica omkeert. Van redeneren vanuit idee, voorstelling of substantie naar denken vanuit de individuele persoonlijke beleving en ervaring. In zijn tocht langs de filosofen laat hij allereerst zien dat zij zochten naar het wezen van vriendschap en wat de ideale vriend of vriendschap is. Nietzsche ontmaskert deze manier van denken en noemt dit illusiedenken. De titel Doodgewone vrienden is een poging om Nietzsches ontmaskering van vriendschap als hoog ideaal te beschrijven vanuit een gewoon, realistisch denken over vriendschap. Kortom het boekje laat zien hoe je via het stellen van de juiste vraag en via traag lezen van teksten van filosofen tot nieuwe inzichten kunt komen. In de tekst hierna beschrijf ik een paar van die inzichten en ga ik in op de kanteling van denken die Nietzsche veroorzaakt en sluit ik af met een praktische zelfhulplijstje om je eigen vriendschappen te onderzoeken.

Reis door de filosofische canon

Van Tongeren behandelt niet alle literatuur van filosofen die over vriendschap schreven. Hij maakt een selectie. En uit wat hij verzamelt heeft, haal ik enkele thema’s die me bijbleven om te bewaren. Eigenlijk pendelt van Tongeren de hele tijd tussen elementen van wat een goede vriendschap is en Nietzsche die de illusie van het denken over vriendschap laat zien. Twee denkstijlen staan tegenover elkaar. Dat illusoir karakter vind je bijvoorbeeld in een beschrijving van Montaigne als hij spreekt over zijn vriend die gestorven is. De ideale vriend is blijkbaar een dode vriend, want die kan je niet meer lastig vallen met gezeur, verschil van mening of het afzeggen van afspraken. Bij de dode vriend kun je mijmeren over zijn goede kwaliteiten zonder dat deze weersproken worden.

Van Tongeren (Naast filosoof ook theoloog) durft het aan om met de lezer Augustinus te lezen en te laten zien dat bij deze denker de ware vriendschap alleen bestaat via God. De vriendschap wordt pas echt als ze via de liefde van God wordt samengebonden. Van Tongeren laat, via een verhaal van Augustinus over een ring die geschonken wordt, zien dat vriendschap je geschonken wordt. Citaat: ‘Vergeet niet dat aan de wederkerige welwillendheid binnen de vriendschap het geschenk van de vriendschap zelf vooraf gaat. Een wederkerigheid die begint met het ontvangen’. p. 103 Van Tongeren wil daarmee zeggen dat we onze vriendschappen kunnen bewaren en beschermen door het besef dat de vriendschap er was voor we er ons bewust van waren en dat die gebeurtenis sterker is dan we zelf zijn.

Hoewel veel spreken over de ideale vriendschap illusoir is kan het ordenend denken van Aristoteles helpen om grip te krijgen op je vriendschappelijke relaties. Vriendschap kan een bepaald nut dienen, plezier geven of je kunt vriendschap ervaren vanwege een morele mentale kwaliteit of verbinding. Of een combinatie van deze drie kenmerken. Verder komen twee begrippen in de gelezen literatuur als een rode draad steeds terug. Welwillendheid: het idee om de ander het beste of het goede te gunnen. En Wederkerigheid: dit gaat over de wederzijdse behoefte, inzet, vertrouwelijkheid. Een goede vriendschap bevat beide elementen. Wel kan er tegelijkertijd veel mis gaan. Augustinus waarschuwt dat de gerichtheid op de ander ten koste kan gaan van de onderlinge gelijkheid.  Ook is de volgorde van de twee begrippen van belang. De cirkel van vriendschap begint met welwillendheid van de een naar de ander, waarna de wederkerigheid ontstaat. 

Nietzsche spreekt over de ‘mislukte vriendschap’ als een van de vrienden zich miskend voelt in de ogen van de ander. Dat wil zeggen als de ander te weinig waardering laat zien of zich verheven voelt. Wat ook kan is dat de vriend volledig gekend is door de ander. Hij is als het ware een open boek. Maar het gevaar is dat daarmee de vriendschap geen ruimte meer biedt voor nieuwe onverwachte momenten.

Kant is degene die spreekt over ‘gematigde vertrouwelijkheid’. Hij waarschuwt zijn lezers om niet te vertrouwelijk te zijn of te nadrukkelijk om hulp te vragen, want dit zou de vriendschap kunnen overvragen doordat je ruzie krijgt dan wel dat je de ander opzadelt met te veel zorgen.

Tot slot nog een interessante vraag die van Tongeren oproept in het hoofdstuk over Aristoteles. Waarom zou een gelukt (gelukkig) mens vriendschap willen? Hij of zij heeft toch alles al wat nodig is om een goed deugdzaam leven te leiden. Als je gelukkig leven definieert als je bewust zijn dat je goed kan denken, je emotioneel in balans bent en deugdzaam handelt dan is het waardevol als je dit gelukkig leven kunt delen met een ander. Dit samen ‘door het leven roeien’ vervolmaakt het geluk voor beiden. Volgens van Tongeren is de kracht van vriendschap dat je samen betekenis geeft aan ervaringen (debat, regels, ethiek), maar dat er ook ruimte moet zijn voor de dubbelheid van het leven in de zin van eenheid en verschil, liefde en strijd, eros en eris (tweedracht, twist) Om dit laatste goed te begrijpen moeten we naar het nieuwe filosofische denken van Nietzsche.

Kanteling. Vanuit de beleving kijken. Nietzsche.

Van Tongeren is een kenner van het denken van Nietzsche en het begrip Europees nihilisme.  We bespraken eerder zijn boekje Nietzsche uitgegeven bij de Amsterdam University Press dat ingaat op zijn levensloop, het misbruik van zijn ideeën door het nazisme en de betekenis van het passief en actief nihilisme. Zie de  Blog Nietzsche

In Doodgewone vrienden gebruikt hij zijn inzichten over Nietzsche en betrekt ze op het thema vriendschap. De Europese denkwijze kenmerkt zich door een bouwwerk van ideeën van een ware, hogere of objectieve wereld gebaseerd op rede, de ziel en waarden als goedheid, waarheid en schoonheid. Algemene begrippen als ‘staat’, ‘beleid’, ‘duurzaamheid’, ‘wereld’ klinken heel vertrouwd, maar zijn zo breed en te algemeen dat ze te weinig concreet en praktisch zijn. Dit kwamen we ook tegen in het  boek van Bruno Latour over ketensamenwerking en de ontwikkeling van bijvoorbeeld beleid in het welzijnswerk. Nietzsche ontmaskert als eerste deze grote ideeën als een illusie en laat zien dat ze een functie van bescherming of troost hebben in een doelloze harde wereld. Hoewel we een besef hebben van het gebrek in ons werkelijke leven idealiseren we allerlei elementen en gaan er in geloven. Van Tongeren laat zien dat dit mechanisme ook zit ook achter ‘de dode vriend is de beste vriend’ bij Montaigne. Wanneer Nietzsche schrijft dat ‘God dood is’ betoogt hij dat er geen universele ethiek, geen morele zekerheid, geen ultieme legitimatie van waarden. De mens heeft geen ziel of vaste essentie, is geen rationeel wezen maar wordt meer bepaald door driften, dan door bewustzijn en rede. De kanteling die hij doorvoert is dat hij kijkt naar de praktische ervaring, datgene wat mensen ervaren en beleven en neemt dit als uitgangspunt voor zijn filosofie. Niet meer het wezen staat centraal of de waarheid, maar de ervaring van de mens. Dit alles heeft consequenties voor het beeld van de mens en zijn vormgeving van vriendschappen. Van Tongeren benoemt een aantal kenmerken als we onze eigen levenservaring serieus nemen:

  • We zijn voor onszelf een geheim, veranderlijk als het gaat om gedrag en overtuigingen. Respecteer je zelf en ook die ander die niet altijd consequent is.
  • Zelfkennis is de kunst jezelf te verbergen in die zin dat je niet samenvalt met het beeld van dat zelf.
  • Houd besef van veranderlijkheid en nieuwe mogelijkheden.
  • In vriendschap betekent kennen, erkennen dat je elkaar niet kent.
  • Accepteer je eigen veranderlijkheid, stel je bescheiden op en breng jezelf zo in evenwicht met die ander.
  • Dit alles maakt dat er in vriendschap een onzekere bodem zit.

Het ontmaskerend denken van Nietzsche levert zo een heel ander idee van vriendschap op. Een veelheid van mogelijkheden in plaats van één ideaal idee van vriendschap. Niet een illusoire identiteit of een harmonieuze vriendschap, maar een veelheid en strijd. Ook innerlijke strijd. (En het is niet de vriend die jouw innerlijke conflicten moet oplossen.) Het gaat om een combinatie van vriendschap en vijandschap. Het is juist respectvol om die paradox tussen nabijheid en verwijdering, verbinding en ergernis in stand te houden en uit te houden. Van Tongeren sluit zijn boek af met een hoofdstuk waarin hij de balans opmaakt van zijn zoektocht. Ik vat zijn punten samen in een soort hulplijstje om je eigen praktijk van vriendschappen mee te beoordelen. De meeste aspecten zijn hierboven al aan bod gekomen.

Lijstje ‘Werken aan gewone vriendschappen’.

  1. Je vrienden verschillen in interesses, energie, nabijheid, karakter, vaardigheden enz. Het gevolg is dat elke vriendschap weer anders is en je zoveel verschillende manieren hebt om de vriendschap invulling te geven.
  2. Accepteer dat door de tijd heen mensen verschillende wegen gaan, andere keuzes maken. Dat geldt voor je zelf maar ook voor de mensen met wie je optrekt. Aanvaard veranderlijkheid en kwetsbaarheid in je contact met vrienden.
  3. Vriendschap word je in zekere zin ‘gegeven’ door het leven. Een fijn goed contact ontwikkelt zich in de loop van de tijd en wordt pas daarna bevestigd door het begrip vriendschap. Ontvang dit wonderlijk cadeau.
  4. Een vriendschap bestaat uit twee elementen die samenhangen. A. Welwillendheid ( de ander het goede/ het beste gunnen) en B. wederkerigheid (een zekere mate van evenwicht in verwachting, vertrouwelijkheid, over en weer) De vriendschap ‘gebeurt'(zie 3) maar vraagt om onderhoud door middel van inzet, ontvankelijkheid, en een bepaalde plicht.
  5. Elke vriendschap heeft iets singulierst of unieks (zie 1 en 2) Koester dit.
  6. Voorkom illusoir denken over de vriendschap. Nietzsche spreekt over het productief maken van het verschil tussen jou en je vriend(in) Accepteer dan de ander per definitie anders is dan jij en gebruik dit verschil als iets positiefs. Durf het gesprek aan als je je ergert aan of zorgen maakt over gedrag van de ander. (Maar vergeet ook niet de ander te waarderen) Dat verdiept de vriendschap.
  7. Je herkent een goede vriend(in) als deze ‘er is/ present is’ als dat nodig is op belangrijke momenten in het leven.

Uit het gesprek van de groep

  • We vonden het een informatief en goed leesbaar boek, maar het is jammer dat het zo’n mannelijk boek geworden is. Naast de schrijver zijn alle besproken filosofen man. Lees de recensie van Eric Hulsens van het boek in de Reactor en wat hij mist in de zoektocht van Van Tongeren.
  • Wel vroegen we ons af of je zou kunnen spreken over typisch vrouwelijke of mannelijk manieren om een vriendschap te onderhouden. We kwamen dit op het spoor toen we over de balans tussen vriendschap en vijandschap spraken. En vooral dat woord ‘vijandschap’ dat Nietzsche gebruikt. Een van de deelneemsters vertelde over haar dochter van eind 30 en haar vriendinnen waar irritaties en ergernissen (vijandschap) uitgebreid besproken worden voordat er weer ‘leuke dingen’ ondernomen kunnen worden. 
  • De vraag wie je beste vriend is was voor een aantal van ons lastig te beantwoorden. En zo kwam het gesprek op de vele soorten van contacten die je hebt en die soms raken aan het idee van vriendschap. Het lijstje van Aristoteles met zijn functies (nut, plezier en moreel/kwalitatief contact) hielp daarbij. Vaak zijn fijne vriendschappelijke contacten een combinatie van nut, plezier en klik. Denk aan buren, sportvrienden, andere clubjes of netwerken. We ontdekten dat we verschilden van mening over vriendschap op het werk. De een had haar leidinggevende als contact op Instagram, terwijl de ander juist vriendschappelijk contact op het werk vermeed, of pas meer persoonlijk contact zocht als het project of de baan beëindigd was. 
  • Tenslotte hadden we het over de factor tijd. Hoe langer je met iemand optrekt en het gewone en soms ingewikkelde van het leven met iemand deelt, groeit de mate van verbinding. En na verloop van tijd constateer je dat dit met elkaar optrekken vriendschap genoemd kan worden.

Als ik na het lezen van het boek, het samen bespreken en schrijven van deze tekst de balans opmaak dan is interessant om te zien hoe Van Tongeren een nieuw mensbeeld probeert te formuleren. Breder, diverser, kwetsbaarder, vol geheimen en verrassingen ook voor die mens zelf en dit heeft gevolgen voor de vriendschappen die ontstaan, vorm krijgen. Het gaat niet meer uit van categorieën of voorgeschreven codes, maar het moet zich elke keer weer tonen en misschien ook wel bevochten worden wanneer Nietzsche spreekt in ‘vijandschap’. Het vraagt om oefenen, bespreekbaar maken of zoals iemand zei: doorgaan met ‘aanrommelen’. In de zin ‘productief maken van het verschil’ zit dan precies de opdracht. Tegelijkertijd heeft het iets individualistisch of atomair. Is niet de praktijk dat we stiekem (we willen graag individu zijn) graag optrekken met soortgenoten in clubjes, verenigingen, cursussen, we lezen bladen in ons interessegebied, om ons te kunnen spiegelen. We zijn veel meer sociale wezens dan individu. Dit stelt weer hele nieuwe vragen, zoals een groepslid noemde, hoe je als individu vriend kunt zijn in groepen?


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie