Hans Achterhuis Coetzee, een filosofisch leesavontuur

Volgens Achterhuis kun je spreken over een vruchtbare relatie tussen filosofie en literatuur. Met een roman kan een schrijver thema’s belichten waar een wetenschapper of filosoof veel meer woorden voor nodig heeft. Coetzee triggert Achterhuis omdat hij filosofische thema’s uitwerkt en gebruikt in zijn romans. Thema’s die aan bod komen zijn: MeToo, omgang met dieren, identiteit, seksualiteit. Ook speelt in het oeuvre van Coetzee het koloniale verleden van Zuid-Afrika een grote rol en met name het ‘verwerken’ van apartheid zoals dat zijdelings is uitgewerkt in het meest bekende boek van Coetzee ‘In Ongenade’. Maar dit boek komt ook terug in het hoofdstuk: Het strijdperk van de sexualiteit. Andere hoofdstuktitels zijn: Geweld, het individu en de groep met daarin een bespreking van het boek Wachten op de barbarbaren en Een nieuw begin waarin de meer autobiografische boeken aan bod komen. Omdat Coetzee zeer terughoudend is in het geven van een toelichting bij zijn boeken is Achterhuis een bereidwillige tussenpersoon om de verbinding te maken tussen schrijver, context en de romantekst.

Een belangrijke rode draad in het boek is de postmoderne situatie van de mens die meer en meer beseft dat taal, de dingen en onze identiteit veel minder vast liggen dan we altijd dachten. Coetzee heeft zich door met name postmoderne filosofen laten inspireren. Als voorbeeld citeert Achterhuis een stukje van de romanfiguur Elisabeth Costello

Elizabeth Costello eindigt haar lezing met een opmerking over het verlies van onze vroegere zekerheden. ‘Vroeger geloofden we dat de tekst “Op de tafel stond een glas water” werkelijk betekende dat er sprake was van een tafel met een glas water er op, en we hoefden maar in de woordenspiegel van de tekst te kijken om ze te zien. Maar dat is allemaal verleden tijd. De woordenspiegel is onherstelbaar gebroken lijkt het. De woorden staan niet meer in het gelid, ‘klaar om vertrouwd te worden, ieder voor zich met de uitroep: Ik beteken wat ik beteken’. P. 210

Het is niet vreemd dat het in het boek gaat om waarheid. Welke waarheid deelt een schrijver als hij zijn levensloop vertelt in een biografie? Wat is er waar van de verhalen die in een roman aan bod komen? Ook in de groep spraken we over het verhaal van Coetzee zelf waarin hij vertelt dat hij als kind de hand van zijn broertje in een machine had geduwd waardoor deze ernstig beschadigd raakte. We waardeerden de basishouding van Coetzee die in meerdere boeken aan bod komt om de werkelijkheid zo eerlijk mogelijk en onbevangen te onderzoeken. Het is namelijk niet simpel naarmate je ouder wordt nog steeds onbevangen, zonder schema of oordeel, dat wat voor ligt te onderzoeken, steeds opnieuw te bekijken. Dat lijkt typerend voor de werkwijze van Coetzee. En dus ook je eigen gedrag als kind en ook de dingen die moeilijk zijn, die je liever niet wilt herinneren. Maar je wilt dingen ook niet rooskleuriger maken. Dit wordt hindsight bias genoemd. Achteraf krijgen ervaringen – door nieuwe levensgebeurtenissen – steeds opnieuw betekenis. Dat maakt het vraagstuk van ‘waarheid’ zo lastig. De waarheid van het ik is nooit definitief.

We bespraken het boek met plezier in twee bijeenkomsten – op corona afstand – . Een aantal deelnemers hadden in de vakantieperiode meerdere romans van Coetzee gelezen en gaven een inleiding bij het betreffende hoofdstuk om zo het gesprek verdieping te geven. Het is zeker een aanbeveling om een of meer romans van de schrijver te lezen naast het boek van Achterhuis. In dit mooi uitgegeven boek tref je een schrijver die gemakkelijk leest, veel achtergronden geeft over het proces van hoe Coetzee romans componeert, je en passant een filosofische gereedschapskist aanreikt en die je aanmoedigt om zelf ook een keer een boek van Coetzee te lezen.

Een postmoderne roman (Hoofdstuk 6)

Als toevoeging en voor mezelf om te bewaren enkele aantekeningen over postmodernisme en de postmoderne roman. In deze tijd is het onderwerp waarheid problematisch. Door het bestaan van social media, fake news de nadruk op écht gebeurde verhalen wordt de vraag naar waarheid steeds complexer. In de filosofie wordt dit geproblematiseerd binnen de stroming van het postmodernisme, maar volgens Achterhuis wordt dit denken door collegafilosofen slecht begrepen. In dit hoofdstuk geeft hij de lezer een denkmodel om de complexe roman Mr. Foe and Mrs. Barton te begrijpen. Coetzee zelf laat daarin zien hoe hij het bekende verhaal Robin Crusue opnieuw vertelt vanuit een nieuwe romanfiguur, Susan Barton een vrouw die haar geschiedenis van een schipbreuk vertelt aan de schrijver Foe. Op die manier wordt het bekende verhaal gedeconstrueerd en tot een nieuwe vertelling gemaakt met nieuwe betekenissen.

Achterhuis illustreert aan de hand van dit boek enkele filosofische noties over wat de postmodernistische argwaan is.

Het basisuitgangspunt als we spreken over waarheid is dat er een overeenkomst is tussen een uitspraak en feiten. Maar deze waarheidsopvatting heeft een ontwikkeling doorgemaakt. In orale culturen kenmerkt waarheid zich door andere connotaties. Als in deze culturen over waarheid wordt gesproken gaat het eerder om waarachtigheid en betrouwbaarheid (denk aan het Hebreeuwse woord ‘emeth’ = waarheid, vastberadenheid” of waarachtigheid). Je kunt God of Jezus vertrouwen. Achterhuis schrijft: ‘Er is geen sprake van dat Jezus zou beweren dat al zijn uitspraken overeenkomstig de feiten zouden zijn, laat staan dat hij een veelheid van feiten zou kennen waarvan hij de waarheid kan vaststellen’. P. 205. Wanneer mensen meer gaan opschrijven en het schrift algemener wordt (boekdrukkunst) en er zo meer schriftelijk feitenmateriaal in de maatschappij wordt verspreid, wordt ook een ander soort waarheid, op vastgelegde feiten berustend belangrijker. Het gevolg is dat oude teksten als de bijbel opnieuw -op een nieuwe manier – worden gelezen. Pas in de 19e eeuw werd religieuze waarheid steeds meer gezien als harde werkelijkheid in plaats van vorming van een levenshouding. Het gevolg is dat er kerkscheuringen ontstaan, omdat groepen gelovigen de waarheid anders zien. Samenvattend concludeert Achterhuis dat er sprake is van drie soorten waarheid:

  1. De oudste, gesitueerd in orale culturen zien waarheid als waarachtigheid, in waarheid leven (Havel) of persoonlijke waarheid.
  2. Waarheid als betekenis. Insteek van filosofie en cultuurwetenschappen. Benoemen van wat gezien wordt.
  3. Waarheid als feit. Dit is de insteek van de harde wetenschappen.

Naast een excursie over opvattingen over waarheid, gaat hij in op het debat onder filosofen over het postmodernisme. Het verwijt is dat postmodernisten er voor gezorgd hebben dat er in deze tijd door mensen  geen enkele waarheid meer erkend wordt en juist de opkomst van het populisme in de hand werkt. Het zogenaamde waardenrelativisme. De filosofen die dit beweren leest Achterhuis scherp de les. Hij vindt dat ze hun vak niet bijgehouden hebben en te gemakkelijk met uitspraken komen. Hij laat aan de hand van het denken van Nietzsche, Latour, Derrida en Foucault  zien hoe de denkstroming van het postmodernisme een aanvulling biedt op het denken over waarheid. Het zijn belangrijke gereedschappen om met argwaan te kijken naar waarheden en beweringen.

  1. Perspectivisme.

Dit is een bekend begrip uit het denken van Nietzsche. Bij het vellen van een oordeel of bij het omgaan met de fysieke en psychische werkelijkheid, blijkt het perspectief van waaruit we dit doen doorslaggevend. Anders gezegd: De plaats waar we ons bevinden bepaalt voor een belangrijk deel wat we goed of slecht, mooi of lelijk en wat we werkelijk als waar definiëren. Daar komt bij dat het oordeel  samenhangt met persoonlijke smaak. (Achterhuis verwijst naar Kant) Bij voedsel maken we ons niet zo druk of iemand van vlees of vis houdt, maar bij kunst wordt dit individuele overstegen. Als iemand zegt dat de Mattheuspassion ketelmuziek is, dan zullen mensen zich verweren. Dat komt omdat dit tegen de sensus communis, een door een gemeenschappelijk debat ontstaan oordeel, in gaat. Juist in gesprek met oordelen van anderen wordt ik beter geïnformeerd en ontwikkel ik een eigen oordeel. Zo ontstaat een gedeelde waarheid. Hetzelfde geldt voor politiek oordeelsvermogen waar Arendt over spreekt. Ook het politieke oordeelsvermogen berust niet op een hyperindividuele smaak of mening. Want ook daar geldt juist het debat tot een gezamenlijke overtuiging of gezichtspunt. Echter nooit als een definitieve waarheid. Als Nietzsche schrijft: ‘Er bestaan geen feiten, alleen maar interpretaties’, dat gaat het niet om welke kleren Nietzsche droeg of op welke plaatsen hij was. Elk simpel feit is gewoon waar, maar het krijgt betekenis door de ruimere context. Kale feiten op zich zeggen niet zo veel. Achterhuis geeft het voorbeeld van de inval van de Duitsers in België aan het begin van de eerste wereldoorlog op 4 augustus 1914. Dit is een feit. Maar belangrijker is de achterliggende betekenis van deze inval voor het verdere verloop van de oorlog, de verhoudingen tussen landen, maar ook de gevolgen voor burgers en hoe in dat debat onderzoekers, historici en politici waarheid ontwikkeld hebben.

2. Zwarte doos

Dit begrip is afkomstig van Bruno Latour. Hij deed onderzoek naar hoe wetenschappelijke waarheden tot stand komen en laat zien dat de sociale context een veel grotere rol speelt in het komen tot wat normaal als wetenschappelijke waarheid gezien wordt. Het is geen simpel onderzoeken en aantonen. Door middel van vallen en opstaan en onderhandelingsprocessen wordt waarheid geproduceerd en naar buiten gebracht. Vervolgens wordt deze waarheid bevestigd maar ook dan spelen intuïtie, naamsbekendheid en financiën een rol. Daarna wordt deze ‘waarheid’ vastgelegd als wetenschappelijke waarheid of theorie in wat Latour een zwarte doos noemt. Op de waarheid in de ‘zwarte doos’ wordt vervolgens voortgebouwd en naarmate meer mensen deze waarheid gebruiken wordt de verspreiding en kracht steeds groter. Kortom het is wetenschap in wording, maar Latour laat ook zien dat waarheden die  zwarte dozen zitten soms ‘opengemaakt’ worden wat veel spektakel van harststochten, ruzies en machtsstrijd en discussie geeft. Want meestal staat er op de zwarte doos ‘Gevaarlijk, niet openen’. Achterhuis noemt dit de vierde vorm van waarheid. N.l. waarheid als wetenschappelijke constructie.

3. Differentie.

Dit begrip komt uit het denken van Derrida. Het is te vertalen met verschil, maar ook uitstel. Een geschreven woord verwijst naar de zaak, maar kan er ook van verschillen. Volgens Derrida komt een woord nooit tot rust bij de zaak zelf. Schriftelijke tekens kunnen niet bij de bestemming of oorsprong komen. Dit is een ingrijpend inzicht omdat de klassieke filosofie – haar denken over metafysica – nog wel geloofde in een absoluut fundament. Bijvoorbeeld in de vorm van een God, een absolute geest, de materie, de toekomstige te bereiken heilstaat. Derrida zoekt in de klassieke teksten naar – naast de bekende, vastgelegde waarheid  – nieuwe betekenissen en waarheden, die op hun beurt weer opnieuw bevraagd kunnen worden. Een oneindig proces. Maar let op. Van nihilisme of relativisme is geen sprake. Sterker Derrida pleegt niet alleen deconstructie, maar voegt nieuwe betekenissen toe dan wel laat nieuwe verbanden of doorkijkjes zien ofwel constructie. Zo ontstaat er ruimte voor een nieuwe interpretatie die verassende inzichten oplevert. Derrida doet dit door ‘lekken’ in de tekst op te sporen. Een voorbeeld in het boek van Robison Crusoe is dat het verhaal vanuit Robinson wordt verteld en niet vanuit zijn helper Vrijdag.

4. Vertoog.

Tenslotte noemt Achterhuis een sleutelbegrip (Discours) uit het denken van Foucault. Een lezing of tekst is volgens Foucault omgeven door vormen van uitsluiting. Dit komt door een netwerk van gewoontes, instituties en machtsposities. Het gevolg is dat niet elk onderwerp zo maar ter sprake gebracht kan worden en dat niet iedereen zo maar aan het gesprek kan deelnemen. Het maakt uit de schrijver een bekend persoon is met al dan niet een titel. Daarnaast spelen andere factoren mee. (materiele werkingen). Denk aan meer structurele factoren als welk instituut een tekst maakt, de achterliggende verordeningen en regelsystemen die normen opleggen aan de tekst en haar schrijvers.


Ontdek meer van Filosofie lezen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie